IAN SIEGAL & JIMBO MATHUS - WEERT - 07/05/16

Artiest info
IAN SIEGAL  
 

recensie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ian Siegal is een oudgediende bluesman ondertussen, ook al komt hij nog lang niet in de buurt van de pensioengerechtigde leeftijd. Maar voor wie van bluesrock, authentieke Deltablues en hardverscheurende zang houdt, lijkt het alsof de Brit al decennia lang meegaat.
In 2013 liep hij Jimbo Mathus tegen het lijf, en het klikte onmiddellijk. Ze hebben dezelfde muzieksmaak, en hebben over vele (muzikale) onderwerpen exact dezelfde mening. Bloedbroeders, maar dan aan verschillende zijden van de Atlantische Oceaan. Mathus is namelijk geboren en getogen in Mississippi, kreeg de (blues)muziek met de paplepel mee, en vindt het zijn taak en missie om zich volop in te zetten voor deze goede zaak.

Wij waren dan ook bijzonder blij toen bekend gemaakt werd dat dit duo het podium van Moulin Blues zou onveilig maken. Dé ideale gelegenheid om beiden aan de (gouden) tand te voelen. Want ja, ook dat hebben ze gemeen….

Jullie hebben elkaar voor het eerst ontmoet in 2013, maar wisten jullie van elkaars bestaan af?
Ian Siegal: Ik kende Jimbo’s muziek, via Buddy Guy’s album 'Sweet Tea', maar ik was er mij niet van bewust. Plus, we hadden verschillende vrienden gemeen (Cody en Luther Dickinson en Alvin Youngblood Hart).
Jimbo Mathus: Luther had me over Ian verteld, hij is echt goed om gelijkgestemde muzikanten samen te brengen. Ook andere muzikanten uit Noord Mississippi vertelden me dat ik Ian moest ontmoeten, volgens hen waren we als broers van een andere moeder. 
Ian Siegal: Luther vertelde me al jaren hetzelfde. Volgens hem zouden we ofwel perfect overeenkomen, ofwel elkaar haatten. Geen compromis mogelijk.
Jimbo Mathus: Toen Ian naar de Picnic Sessions kwam belde Luther me op, en het klikte direct. Het ging als vanzelf: de Picnic Sessions verliepen perfect. En een paar weken later kreeg ik een telefoontje om met Ian te toeren.

Ian, je hebt al vaak met Luther en Cody Dickinson gewerkt.
Ian Siegal: Ik ben al jaren fan van de Mississippi Allstars. Ook al zijn ze jonger dan mij, in mijn hoofd zijn ze ouder, omdat ze al lang meedraaien. Zij weten het niet meer, maar we hadden elkaar al eens ontmoet in Nederland. In 2011 liep mijn manager Cody tegen het lijf in LA, en hij stelde voor dat we zouden afspreken, omdat hij vond dat we een goede combinatie zouden zijn. Ik dus naar Memphis, en het klikte onmiddellijk met Cody.

Zou je niet liever in Mississippi geboren zijn?
Ian Siegal: Enerzijds wel, als muzikant, maar anderzijds is het daar niet echt comfortabel leven als je niet bulkt van het geld, dat is spijtig genoeg de realiteit. Maar ik voel me er wel thuis.
Jimbo Mathus: De mensen ginder hebben hem wel verwelkomd, ze houden van zijn muziek.

Wat denken jullie over de Mississippi bluesscène?
Jimbo Mathus: De muziek maakt een groot deel uit van de maatschappij en het sociale leven. Muziek is overal: op politieke manifestaties, in restaurants, op feestjes. Het is niet echt een 'scene', het zit in de gemeenschap, in de mensen. Het enige doel is entertainen en communiceren. Muziek maakt deel uit van de maatschappij, van wie je bent, het is een deel van ons allemaal.

Je werd al van in de wieg ondergedompeld in muziek. Wou je nooit ergens anders opgroeien?
Jimbo Mathus: Nee, ik was altijd al gek op muziek, ik kan en zal er nooit mee ophouden. Het was niet de bedoeling dat ik er mijn beroep van zou maken, musiceren was iets voor het weekend: overdag ga je werken, en in het weekend worden de instrumenten bovengehaald, en kan je je eens goed laten gaan. Maar omdat ik niet wou stoppen, ben ik het gewoon blijven doen, ook overdag.

Jullie hebben in 2014 samen getoerd, en de live cd heet 'Wayward Sons'. Ik vind dat wel een goeie omschrijving voor jullie (wayward = eigenzinnig).
Ian Siegal: Wel, dat vinden wij ook.

Zijn jullie altijd al zo geweest?
Ian Siegal: Ja, dat kan je wel zeggen.
Jimbo Mathus: Wij houden niet van veel bemoeienis, we durven al eens rebelleren.

Hoeveel hebben jullie gerepeteerd?
Jimbo Mathus: Voor de tour in 2014 hebben we een namiddagje samengezeten, maar voor deze tournee hebben we helemaal niet gerepeteerd.

Hoe kies je dan wat je gaat spelen?
Ian Siegal: We kennen elk heel wat songs, de meesten zitten hier (wijst op zijn hoofd). We weten wel hoe we gaan beginnen, en dan passen we ons aan aan het publiek. Vandaag moeten we niet teveel rustige nummers spelen, dat past niet in die lawaaierige tent. We kennen ook veel dezelfde songs, als hij een Hank Williams-song speelt, kan ik inpikken, en als ik iets van de Rolling Stones of Tom Waits speel, dan weet ik dat Jimbo zal volgen.

Jullie zijn ook allebei verhalenvertellers. Ian, gebruik je die methode om dingen van je af te schrijven?
Ian Siegal: Zo zou ik het niet noemen. Maar je hebt gelijk, ik hou van het verhalen vertellen, sommige van mijn favoriete zangers, zoals Townes Van Zandt of Kris Kristofferson konden dat heel goed. Wat zij gemaakt hebben, inspireert me enorm, als ik in de buurt van hun narratief vermogen kan komen, ben ik al heel erg tevreden.

Jimbo, waar haal jij je inspiratie?
Jimbo Mathus: Van de mensen rondom mij, mijn omgeving, boeken, eender wat eigenlijk.
Ian Siegal: Jimbo is veel productiever op dat vlak dan ik.
Jimbo Mathus: Soms is het een opluchting om iets te kunnen opschrijven. Eens ik eraan begin, is het moeilijk om te stoppen, het is bijna manisch. Ik blijf maar teksten spuien, en dat kan overweldigend zijn. Gelukkig heb ik een platenfirma achter mij staan die me steunt, ik heb de laatste 6 jaar 6 albums gemaakt. Maar het werd me allemaal wat teveel, dus hou ik er even mee op, ik heb het een beetje gehad.
Songwriting is heel moeilijk te beschrijven aan buitenstaanders, want het is een heel erg private bedoening, het kan moeilijk zijn, maar ook heel erg plezierig en bevredigend zijn. Maar ik denk dat zowel Ian als ik een poëtisch instinct hebben, we weten heel goed hoe we met woorden en zegswijzen kunnen spelen. Op die manier zijn we dus ook alweer de eigenzinnige zonen van verschillende moeders.
Een song schrijven is gemakkelijk. Financiën, dat is moeilijk.

Denk je dat het je missie is om de mensen bewust te maken van de blues?
Jimbo Mathus: Ik denk dat het mijn missie is om zoveel mogelijk muziek te produceren voor blanke en zwarte muzikanten. Ik kan goed met mensen omgaan, ook met diegenen die het voor het zeggen hebben. Dat is ook waarom ik werd ingehuurd om op het album van Buddy Guy te spelen: ik was als het ware de vertaler. Ik ben daar blijkbaar goed in, en in het verleden heb ik ook al meer gedaan dan strikt noodzakelijk was, zelfs als er geen tijd of geld was. Omdat het moest. In dat opzicht is het inderdaad een missie. Toen Robert Malone na 7 jaar vrijkwam uit Parchman, zat hij nog geen 2 dagen later in mijn studio in Clarksdale om een plaat te maken. Hartverscheurend was het, en een van de beste bluesplaten die ooit gemaakt zijn, maar niemand zal het ooit horen. En ik kon met hem praten, hem kalmeren indien nodig. Dat zit blijkbaar in mijn genen, zelfs in extreme situaties, dan nog kan ik goed onderhandelen.

De muzikanten weten je te vinden.
Jimbo Mathus: Ze weten dat ze mij kunnen vertrouwen. Ik heb altijd goed kunnen praten met oudere mensen, ik stel hen op hun gemak, zodat ze hun ding kunnen doen. Iedereen in Mississippi kent mijn naam, en ze appreciëren en vertrouwen mij. Dat is niet gemakkelijk, want het is zo eenvoudig om ruzie te krijgen en alle vertrouwen kwijt te geraken.

Je bespeelt ook veel instrumenten. Wat was het eerste?
Jimbo Mathus: De mandoline, en daarna gitaar, piano, drums, basgitaar, harmonica, banjo. En dan later ook nog trompet en zo. Maar mijn favoriete is de gitaar, en de drums.

Ian, hoeveel instrumenten bespeel jij?
Ian Siegal: Niet zoveel hoor. Enkel gitaar. Nu ja, ik heb wel bas gespeeld tijdens de laatste toer met de Mudbloods. Dat was best spannend, voor de eerste keer, en al direct voor een livepubliek. Maar het viel wel mee. Ik ben indertijd met de harmonica begonnen, maar ben al vlug overgeschakeld op gitaar. Ik heb niet echt veel discipline, alhoewel, Jimbo gaat me nu mandoline leren spelen tijdens deze tour.

Niet veel tijd meer dan.
Ian Siegal: We hebben nog wel eventjes, we spelen nog maar 3 weken samen. We hebben 38 optredens op 42 dagen, in 7 landen.

En vind je het leuk op deze manier?
Ian Siegal: Daar gaat het eigenlijk niet om. Versta me niet verkeerd, ik doe het heel erg graag, maar het is wat het is, ook al klinkt het als een huizenhoog cliché.
Jimbo Mathus: Grappig dat je dat zegt, want de saxofonist van The Dirty Dozen Brass Band zei net hetzelfde toen ze hem vroegen of hij het op zijn 72ste nog steeds leuk vond. Hij zei gewoon dat dat gewoon is wat hij doet.
Ian Siegal: Naar mijn gevoel heb ik hier helemaal niet voor gekozen, de muziek heeft mij gekozen. Mijn god, dat klinkt echt zo cliché, maar ik ben er gewoon ingerold. Het voelt als een roeping aan nu. Toen ik jonger was, hing ik altijd rond muzikanten, maar ik had helemaal geen ambitie in die richting. Op een dag vroegen ze mij om te zingen, en zo begon het. Zij wisten niet dat ik dat kon, ik wist het zelf ook niet. Het is moeilijk om uit te leggen, maar ik heb dit nooit nagejaagd, het gebeurde gewoon.

Dan moet ik niet vragen wat je volgende projecten zijn?
Ian Siegal: Ik heb geen idee, wat gebeurt, gebeurt. Ik zou graag nog werken met Jimbo, maar ook met Dusty Ciggaar en de band, ik voel dat we nog een studioalbum kunnen maken. En later? Gewoon verder werken. Ik ben de minst ambitieuze muzikant die je zal tegenkomen.

Maar je hebt wel al heel wat albums gemaakt.
Ian Siegal: Ik werk heel graag en hard, maar er zit geen masterplan achter. Ik jaag geen succes na. Het is leuk dat ik erkenning krijg en geld verdien, maar ik zou het ook doen als dat niet zo was. Ik kan niks anders. Echt niet. Ik kan zelf niet met de auto rijden. Koken, dat kan ik wel, maar dat is dan ook het enige.

En dat voor een piraat.
Ian Siegal: Haha, ja maar dat komt niet van mij, echt niet. Het is eigenlijk een grap. Iemand noemde me zo, en dat ging maar verder. Ik ga er niet tegenin, ik maak er een grapje van. Maar, het is wel zo dat mijn vrienden me 'Captain' noemen, en raar maar waar, Jimbo's vrienden noemen hem ook zo.

 

Kathy Van Peteghem

meer foto's